De Sensory Journey is door KIN Artist-in-Residence Sissel Marie Tonn met ondersteuning van het KIN-team, ontworpen als onderdeel van de derde Crutzenworkshop van het KIN over economische transitie: “De kosten en baten van (n)ietsdoen”. De workshop was een tweedaagse ontwerpsessie en vond plaats in Rotterdam, op 28 en 29 januari.
Het idee voor de Sensory Journey onstond met de wens om bij de Crutzenworkshop een ‘Portaal’ te maken. De vraag was een overgangsritueel te ontwerpen en daarin te onderzoeken hoe we afstand kunnen nemen van een traditionele, lineaire economie en kunnen overstappen naar een circulaire, regeneratieve economie.
Als we aan ‘de economie’ denken, stellen we ons vaak iets cerebraals, abstracts, misschien zelfs virtueels voor: geldstromen, marktschommelingen, spreadsheets. Maar onze ogen, huid, tong, oren en neusgaten zijn de poorten waardoor ons lichaam de wereld begrijpt, en ze worden beïnvloed door onze ervaringen, culturen, herinneringen en geleefde realiteit.
Vanuit dit uitgangspunt hebben we een ‘zintuiglijke reis’ gecreëerd, bedoeld om verschillende vormen van zintuiglijke betrokkenheid op te roepen. Deze namen de vorm aan van subtiele rituelen – momenten om samen te delen, of om individueel naar terug te keren wanneer een kleine onderbreking van de meer intellectuele programmaonderdelen nodig was. We spraken over rituelen als herinneringen aan waarden, maar ook als praktijken die we kunnen herhalen: belichaamde gebaren die geleidelijk aan in het lichaam en de geest doordringen.
Voor alle deelnemers aan de workshop hebben een klein ‘zine’ ontworpen met instructies voor vijf zintuiglijke opdrachten en een stempelkaart die – wanneer deze vol was – een kleine goodiebag opleverde aan het einde van de tweedaagse workshop. Dit was een knipoog naar waardecreatie en de transactionele logica van de ‘oude economie’, terwijl we een andere vorm van valuta voorstelden: aandacht.
Smaak
De eerste zintuiglijke uitdaging was gericht op smaak. We begonnen de workshop met een toast met kombucha, een gefermenteerde thee die ontstaat door de symbiotische relatie tussen bacteriën en gist. Deelnemers werden uitgenodigd om de smaak ervan in woorden te beschrijven. Makkelijker gezegd dan gedaan! Het was super interessant om te zien wie verder keek dan de eerste indruk en met gesloten ogen en volledige aandacht op zoek ging naar subtielere, moeilijk te benoemen tonen.

Het toasten met kombucha herinnert ons eraan dat we altijd meer zijn dan ‘één’. Ook al zien we ons lichaam als ‘van ons’, minstens de helft van de cellen waaruit we bestaan, is niet-menselijk. Met zijn probiotische microben laat kombucha zien dat zorg voor ecosystemen niet alleen om ons heen plaatsvindt, maar ook in ons. Wist je dat je unieke microbiota invloed heeft op hoe je smaak waarneemt? We zijn allemaal holobionten, met verschillende ervaringen en herinneringen, die bepalen hoe we de dag tegemoet treden.
Zien
Heb je ooit paddenstoelen gezocht of naar een klavertjevier gezocht? Vaak is het de kunst om niet te hard te zoeken. Je laat je blik dwalen… en ineens zie je iets.
De tweede uitdaging ging over zien, of wat antropoloog Anna Tsing ‘The Art of Noticing’ noemt. Deelnemers werden uitgenodigd om op een andere manier naar hun omgeving te kijken. De workshop zelf ging over het vinden van nieuwe perspectieven, invalshoeken en samenwerkingen. Hoe kan anders kijken je helpen om subtiliteiten in je eigen werk of partnerschappen op te merken die je anders misschien over het hoofd zou zien?
Door kleine oogjes op te plakken op allerlei onverwachte plekken in het Nhow hotel, nodigden we deelnemers uit om op te merken wat normaal gesproken onopgemerkt blijft.
Luisteren
De derde uitdaging vroeg deelnemers om hun gewoontes in waarneming voorzichtig te doorbreken door middel van Deep Listening. Werken aan verandering betekent werken met mensen – elk met hun eigen perspectieven, gewoontes en overtuigingen (inclusief onszelf). Deep Listening nodigt ons uit om volledig aandacht te schenken aan een ander voordat we onze eigen reactie vormen.
Diep luisteren is een gave, maar ook een uitdaging. Het creëert ruimte voor gedeeld begrip en onverwachte raakvlakken. Moderator Marsha Simons introduceerde deze oefening op de eerste dag als een inleiding en gaf iedereen de kans om het te proberen. De echte uitdaging is natuurlijk om het bij elke interactie te onthouden.
Aanraking
De vierde uitdaging had te maken met ons grootste orgaan: de huid. Op de ochtend van de tweede dag boden we een moment om resterende spanningen of vastzittende energie van de vorige dag ‘weg te wassen’. KIN collega Lisa leidde een mooie sessie waarin we weer in contact kwamen met onze ademhaling en lichaamsbewustzijn, en uiteindelijk ons zenuwstelsel activeerden door middel van een begeleide ‘lichaamswasbeurt’.

Geur
Het vijfde en laatste ‘afsluitingsritueel’ nodigde de deelnemers uit om in contact te komen met ons oudste zintuig: de reuk. Geur is nauw verweven met herinneringen en emoties en heeft het vermogen om ervaringen in het lichaam te verankeren, waardoor momenten langer blijven hangen dan taal dat kan. We vroegen de deelnemers om een ‘overgangsparfum’ te maken door kruiden en specerijen te mengen, terwijl ze bewust een specifieke herinnering, ontmoeting of gevoel uit de workshop aan die geur koppelden – iets om mee te nemen als ze weer terugkeerden naar hun dagelijkse ritme. Ook hier kwamen natuurlijk verhalen naar boven van deelnemers over hun bestaande herinneringen en associaties met de kruiden en specerijen die we hadden gekozen, evenals mogelijke nieuwe combinaties waarin deze planten konden worden gebruikt in transitie-werk.
Wat nu?
Het was zowel interessant als uitdagend om binnen het programma een programma te ontwikkelen dat de aandacht op een zachte manier richtte op de wijsheid en intelligentie van het lichaam, voorbij het cerebrale. Sommige deelnemers sloegen de oefeningen helemaal over, terwijl anderen vroegen om ze nog centraler te stellen in toekomstige workshops, waarbij ze zich afvroegen hoe de gesprekken anders zouden zijn verlopen als we allemaal aan lavendel hadden geroken voordat we het woord namen. Deze spanning voelde als een belangrijke les: belichaamde praktijken vragen om tijd, kwetsbaarheid en een vertraging die niet altijd even gemakkelijk past in een professionele omgeving.
Een regeneratieve economie stelt het welzijn van de aarde en al haar levende wezens boven groei en winst. Naarmate we zowel grote als kleine verschuivingen in deze richting maken, wordt het belangrijk om waardesystemen te erkennen die verder gaan dan het monetaire. Wanneer we aandacht besteden aan de manier waarop we in relatie staan – hoe ons lichaam geworteld is in een breder ecologisch web – worden we meer geneigd om te strijden voor een niet-destructieve systeemverandering, waarbij de beloning niet financieel is.



