Veelgestelde vragen KinA’s

We krijgen regelmatig dezelfde vragen binnen over deze subsidieoproepen. Om het aanvraagproces makkelijker te maken, hebben we de meest gestelde vragen en antwoorden hieronder gebundeld.

Let op: deze FAQ is geen juridisch bindend document. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. De call tekst is altijd leidend.

Staat je vraag er niet tussen, stuur ons dan een mailtje.

Veelgestelde vragen

Projectpartners = Hoofd- en medeaanvragers

  • Wij gebruiken de algemeen term projectpartners om gelijkwaardigheid van verschillende partijen in het uitvoeren van het project te stimuleren.  
  • Projectpartners hebben een actieve rol in de ontwikkeling en uitvoering van het project. De hoofdaanvrager is de projectpartner die de aanvraag via ISAAC indient, alle anderen partijen die actief betrokken zijn zijn medeaanvragers.
  • Projectpartners kunnen subsidie ontvangen, (maar dit is niet verplicht zij kunnen ook in-kind bijdragen).
  • Medeaanvragers moeten worden geregistreerd in ISAAC. De hoofdaanvrager mag niet ook als medeaanvrager registreert worden.
  • Projectpartners dienen een de-minimisverklaring en een Letter of Commitment in als zij niet vanuit een getoetste kennisinstelling werkzaam zijn.
  • Voor personeelskosten van projectpartners zijn HOT-tarieven verplicht; deze bevatten al overhead en extra overhead is niet toegestaan.

Samenwerkingspartners

  • Samenwerkingspartners hebben een ondersteunende of minder intensieve rol.
  • Samenwerkingspartners ontvangen geen personeelskosten via de subsidie.
  • Samenwerkingspartners kunnen via materiaalkosten worden ingehuurd.
  • Samenwerkingspartners hoeven geen de-minimisverklaring of Letter of Commitment in te dienen.
  • Samenwerkingspartners worden in ISAAC als mede-aanvragers opgenomen als zij bij indiening al bekend zijn.

Zowel kennisinstellingen als maatschappelijke organisaties mogen hoofdaanvrager zijn. Onder hoofdstuk 3.2. in de subsidieoproep zijn erkend kennisinstellingen vermeld, de toets op aanvullende kennisinstelling toegelicht en de definitie van maatschappelijke organisaties gegeven.

  • Hoofdaanvragers mogen maximaal twee voorstellen indienen.
  • Projectpartners mogen deelnemen aan meerdere voorstellen, mits hun tijdsinzet realistisch is.
  • De limit is per person en niet per organisatie/instelling. Het is mogelijk dat meer als twee aanvragen vanuit een organisatie gesteld worden als verschillende mensen hoofdaanvrager zijn
  • Alle projectpartners die subsidie ontvangen moeten een de-minimisverklaring indienen tenzij niet voor een getoetste kennisinstelling werken.
  • Dit geldt niet voor samenwerkingspartners of partijen zonder financiële bijdrage.
  • De verklaring moet ondertekend worden.
  • Organisaties moeten zelf nagaan of zij binnen de grens van €300.000 over drie jaar blijven en een bewijsstuk toevoegen als zij in het verleden subsidies ontvangen hebben
  • Alle projectpartners (inclusief de hoofdaanvrager) moeten een Letter of Commitment indienen.
  • Dit is niet nodig voor samenwerkingspartners.
  • De verklaring kan per persoon of per organisatie worden aangeleverd. Indien per organisatie is het belangrijk in het formulier alle personen te noemen die vanuit de organisatie meedoen.
  • De verklaring moet getekend worden.
  • De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC.
  • De hoofdaanvrager kan niet als medeaanvrager geregistreerd zijn.
  • Alle projectpartners moeten als medeaanvrager geregistreerd en gekoppeld zijn.
  • Samenwerkingspartners moeten worden geregistreerd als medeaanvrager als zij al bekend zijn bij indiening.
  • Als een organisatie nog niet in ISAAC staat, moet deze eerst worden toegevoegd via NWO relatiebeheer (houd rekening met verwerkingstijd); personen kunnen zelf een ISAAC account aanmaken indien ze nog geen account hebben.
  • Projectpartners kunnen personeelskosten (via HOT-tarieven) en materiaalkosten aanvragen. Hun ingeschatte uren inzet moet in het begrotingsformulier documenteert worden en overeenkomen met de Letter of Commitment.
  • Samenwerkingspartners kunnen alleen via materiaalkosten deelnemen.
  • Het subsidiebedrag wordt eenmalig als lumpsum aan de organisatie van de hoofdaanvrager als penvoerder uitbetaald en is vrijgesteld van btw. De penvoerder is verantwoordelijk om de subsidie verder volgens de begroting te verdelen.
  • Er is geen verplichte urenregistratie of financiële eindverantwoording, wel wordt in het eindverslag een korte verantwoording gevraagd.
  • Ja, geef genoeg context zodat de beoordelingscommissie de grotere samenhang begrijpt.
  • De aanvraag moet daarnaast wel concreet gaan over de specifieke interventie waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
  • Is het onderdeel waarvoor je aanvraagt al elders gefinancierd of gaat het sowieso al gebeuren, wees dan expliciet in de begroting waarom er nog aanvullende financiering nodig is.

Dit is het leerdoel van het project zelf: wat wil je begrijpen of leren om de transitie te kunnen versnellen.

  • De thema’s in de kennis- en actieagenda (hoofdstuk 2.2.2) zijn voorbeeld-denkrichtingen.
  • Je mag deze één-op-één overnemen, verdiepen, of zelf eigen oplossingsrichtingen bedenken binnen dat kader.
  • De call gaat uit van twee primaire domeinen: het leefomgeving-/leefomstandighedendomein en het gezondheids(zorg)domein.
  • Het hoeft niet specifiek gericht te zijn op zorginstellingen; kijk vooral naar welk domein het beste bij jouw aanvraag past en beschrijf hoe je dat denken meer mainstream wilt maken.
  • Het gaat om planetaire gezondheid: het menselijke gezondheidsperspectief en het omgevingsperspectief zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en moeten beide terugkomen.
  • Een onderwerp dat “ertussenin” hangt (bijvoorbeeld dat raakt aan meerdere domeinen) kan passen, mits je expliciet beschrijft hoe het bijdraagt aan planetair gezondheidsdenken en hoe het aan (ten minste) één van de twee primaire domeinen gekoppeld is.
  • Er is geen vaste verdeling (zoals 50/50) voorgeschreven; dit is afhankelijk van het project.
  • Wel moet uit het voorstel blijken welke expertise en kennis elke partner inbrengt en hoe partners actief betrokken zijn, zowel bij het tot stand komen als bij de uitvoering van het voorstel. Eén partner die pas vlak voor de deadline wordt aangehaakt voldoet niet aan het uitgangspunt van gelijkwaardige co-creatie.
  • Schrijf de link altijd kort maar expliciet uit, ook als die voor jullie zelf evident is.
  • De commissie beoordeelt alleen op basis van wat er in het voorstel staat: als de relevantie voor de kennis- en actieagenda niet duidelijk uit de tekst blijkt, wordt hierop negatief beoordeeld (dit is het eerste beoordelingscriterium: passendheid en relevantie).
  • Ja, als aanvullende kennisinstelling, mits zij gevestigd zijn in Nederland, een stichting/vereniging of andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon zijn, en voor een groot deel zelf onderzoek uitvoeren.
  • Zij zijn dan niet officieel getoetst door NWO en moeten daarom een de-minimisverklaring én een verklaring “aanvullende kennisinstelling zonder toets” indienen (beide formulieren staan op de financieringswebsite onder “voorbereiden”).
  • Ja, dat kan voldoende zijn. Als je vanuit één van de genoemde invalshoeken (rond transitievragen/systeembarrières) een onderzoekende vraag stelt, geldt dat al als transitie-interventie, ook als de aanpak klein of afgebakend begint.
  • Beschrijf wel goed hoe dit zich verhoudt tot de twee primaire domeinen uit de call.
  • Dit is een grijs gebied. Het kan passen, mits het planetaire gezondheidsdenken duidelijk centraal staat en je expliciet beschrijft hoe je onderwerp aan (ten minste) één van de twee domeinen te koppelen is.
  • Advies: leg deze link zo concreet mogelijk vast in het voorstel, ook als het thema net buiten het meest voor de hand liggende domein lijkt te vallen.
  • Een volledig uitgewerkt businessmodel is niet verplicht, maar het handelingsperspectief is wel een beoordelingscriterium (criterium 3).
  • Geef een visie op hoe de opgedane kennis en tools binnen én buiten het project verder gebruikt kunnen worden, en hoe dit tot een vervolg kan leiden. Ook lessen uit eventuele tegenslagen in het transitie-experiment mogen hierin worden meegenomen.
  • Na afloop van gehonoreerde projecten wordt per programmalijn een integratieteam ingezet dat meedenkt over opschaling en zichtbaarheid.

De call is breder dan alleen droogte: het gaat om een brede visie op een veerkrachtig en toekomstbestendig watersysteem, waarbij kwaliteit en kwantiteit met elkaar samenhangen.

Ja, zzp’ers worden voor deze regeling als bedrijven beschouwd en kunnen dus als partij deelnemen.

  • Na de deadline wordt elke aanvraag gecontroleerd op de indienvoorwaarden; bij de vorige call moest circa 70% van de aanvragers nog iets aanleveren of herstellen.
  • Blijf dus na de deadline bereikbaar en reageer op verzoeken per e-mail of telefoon: als er niet gereageerd wordt op een verzoek tot aanvulling, wordt de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld.