Nederland is van oudsher een waterrijk land waar men gewend is water zo snel mogelijk af te voeren om wateroverlast voor landbouw, woningen en bedrijven te voorkomen. Het gevolg hiervan is echter dat waterschaarste, droogte en verdroging een terugkerend probleem vormen.
Ook de regio Twente kampt al lang met verdroging: een structureel tekort van water in de bodem en een afname van de grondwaterstand. Dit probleem neemt de laatste jaren sterk toe, mede door klimaatverandering. Door een historische inrichting op het afvoeren van water, intensief landgebruik, verdichte bodems en een toenemende watervraag, is het watersysteem steeds minder in staat om water vast te houden. Dit resulteert in waterschaarste en heeft een negatieve invloed op landbouw, natuur, industrie én woningbouw.
De regio Twente werkt hard aan oplossingen en op kleine schaal wordt er vaak en ook succesvol geëxperimenteerd, maar zelden leidt dit tot een bredere implementatie. Zo zijn er verschillende pilots geweest waarbij ‘grijs’ water wordt gebruikt voor bijvoorbeeld industriële of sanitaire toepassingen. Echter vormen investeringslast, strikte wetgeving (vooral bij toepassingen in de voedselindustrie) en beperkte financieringsmogelijkheden hierbij een barrière. Een terugkerend thema is dat er voor water geen business case is en ook minder subsidie beschikbaar is (vergeleken met andere domeinen zoals energie).
In 2025 startte het Climate Centre van de Universiteit Twente, met ondersteuning van het Klimaat Initiatief Nederland (KIN), een Kennis‑in‑Actie programma. Het doel: de droogteopgave niet langer benaderen als een reeks losse technische problemen en symptoombestrijding, maar als een transitie. De analyse laat zien dat een fundamentele verandering nodig is in hoe we denken over en omgaan met water, ruimte, governance en maatschappelijke waarden.
Werkwijze: transitieanalyse, Crutzenworkshop en subsidieprogramma
Transitieanalyse
In het begin van 2026 heeft de Universiteit Twente een transitieanalyse uitgevoerd met – en gevalideerd door regionale overheden, bedrijven en andere relevante organisaties. De transitieanalyse is gebaseerd op interviews met regionale publieke en private partijen, eerder onderzoek in Oost‑Brabant en inzichten uit verschillende regionale en internationale programma’s.
De volgende overkoepelende transitievraag kwam hierbij naar voren:
Hoe kan de watertransitie in Twente zodanig worden vormgegeven dat – gegeven de toenemende droogte, historische keuzes en andere maatschappelijke transities – een veerkrachtig en rechtvaardig watersysteem ontstaat?
Zeven transitiethema’s
De interviews en analyse laten zien dat een werkelijk veerkrachtig watersysteem vraagt om samenhangende veranderingen in denken, praktijken, beleid en organisatie. Op basis van de analyse zijn zeven thema’s geïdentificeerd die bepalend zijn voor het tempo en de richting van de watertransitie. Voor elk van deze dimensies zijn transitievragen geformuleerd: plekken waar kennis, beleid of samenwerking nog ontbreekt om stappen vooruit te zetten.
Welke transitievragen onderscheiden we?
- Urgentie & beeldvorming: Hoe creëren we een stabiel, gedeeld urgentiebesef dat fundamentele verandering mogelijk maakt?
- Rollen & verantwoordelijkheden: Welke verdeling van rollen en verantwoordelijkheden is ondersteunend aan systeemverandering?
- Visie, samenwerking & sturing: Hoe komen we tot een gedeelde en richtinggevende visie en wie neemt hierin de regie?
- Beleidsinstrumenten (juridisch, economisch, communicatief): Welke instrumenten zijn nodig om watergebruik duurzaam en toekomstbestendig te maken?
- Lokale aanpak versus systeemvereisten: Hoe verbinden we lokale initiatieven met regionale en grensoverschrijdende systeemopgaven?
- Interacties met andere transities: Hoe zorgen we dat transities elkaar versterken in plaats van belemmeren?
- Ruimtelijke ordening: Hoe maken we waterbeschikbaarheid daadwerkelijk richtinggevend in ruimtelijke besluiten?
Crutzenworkshop
De Crutzenworkshop, georganiseerd in samenwerking met de Twentse Golf, het Climate Center van UT en het KIN, vond in april 2026 plaats op de campus van de Universiteit Twente onder het thema: ‘Watertransitie Twente: naar een meer veerkrachtig watersysteem’. Naar aanleiding van de transitieanalyse kwamen meer dan 60 mensen bijeen met ieder een rol binnen het regionale watersysteem. De manier waarop elementen met elkaar verbonden zijn binnen een systeem kwam gedurende de dag in meerdere gesprekken terug.
De focus van de dag lag op het ophalen van de praktijkervaringen van de deelnemers en de vertaling ervan naar systeemvragen. De diversiteit aan deelnemers, waaronder beleidsmedewerkers van de provincie, waterschappen en gemeenten, onderzoekers, ondernemers, adviseurs van adviesbureaus, financiële sector en industrie; maakte abstracte systeemvragen concreet.
Subsidieprogramma
Uit de discussie van de transitieanalyse en haar zeven transitievraagstukken tijdens de Crutzenworkshop distilleerde het KIN-bureau in samenwerking met de Twentse partners twee invalshoeken voor een subsidieprogramma:
- Subthema 1: Systeemkeuzes
Wat zijn de kritische inhoudelijke doorbraken in de transitie naar een veerkrachtige toekomst waarin water en bodem leidend zijn?
- Subthema 2: Transitie, sturing en organisatie
Hoe organiseren we gezamenlijk de verandering in een langdurig en risicomijdend systeem?
Om fundamentele verandering te benaderen waardoor een rechtvaardig en duurzaam watertransitie mogelijk gemaakt kan worden, stelt deze subsidieoproep bovenstaande vragen aan een brede en transdisciplinaire doelgroep. Wij vragen om samenwerking van onderzoekers, praktijkprofessionals, beleidsmakers, creatieve professionals, maatschappelijke organisaties en/of bedrijven. Door al-doende te leren en al-lerende te doen kan de kennis vanuit een breed scala aan expertises en perspectieven écht het verschil maken voor de urgente watertransitie in Twente.
Een uitgebreide beschrijving per subthema en meer informatie over deze subsidie is te vinden in de call for proposals ‘Kennis in Actie – Watertransitie Twente’, te downloaden van de pagina op de NWO-website via deze link.