Klimaatrechtvaardigheid als basis: ‘Je moet het licht laten schijnen op de hele keten.’

Het is geen hogere wiskunde, klimaatrechtvaardigheid meenemen in je klimaatonderzoek- en beleid. Toch is het onderwerp uiteindelijk vaak het kind van rekening, ervaren Joyce Browne (associate professor Global Health) en Corinne Lamain (directeur van het Centre for Unusual Collaborations (CUCo)). Zij geloven dat dat anders moet en kán. En dat het KIN dat waar kan maken.

Joyce Browne (associate professor Global Health) en Corinne Lamain (directeur van het Centre for Unusual Collaborations (CUCo)

De vrouwen kenden elkaar al, maar bij een van de prioriteringssessies van het KIN vonden ze elkaar in hun gedeelde bevlogenheid met betrekking tot rechtvaardigheid. Het zou de manier én de uitkomst van ieder onderzoekstraject over klimaat moeten zijn. Joyce: ‘Mensen vinden het een belangrijk onderwerp. Dat bleek ook wel uit het feit dat het bij beide prioriteringssessies zo hoog op de lijst kwam.’ Op de dag waarop Joyce en Corinne aanwezig waren, kwam het ingediende idee van Joyce zelfs bovenaan te staan: ‘Veranker (inter)nationale, regionale, en lokale klimaat rechtvaardigheid in alle KIN-initiatieven zodat ze geen negatieve sociale/milieu effecten hebben op benadeelde gebieden, nu en in de toekomst.’

Bereid om te leren

Desalniettemin lazen ze niets over het onderwerp in de terugkoppeling over de sessies. Daarop kropen Joyce en Corinne in de pen. Joyce: ‘Het KIN reageerde snel en met heldere uitleg. We zien een organisatie die het écht anders wil doen, die bereid is om te leren.’ Het KIN wil geen apart onderzoeksprogramma over het onderwerp, maar heeft de bedoeling het als uitgangspunt te nemen bij alles wat het gaat doen.’ Corinne: ‘Daar kunnen wij ons goed in vinden. Er is al enorm veel onderzoek beschikbaar. De impact is groter als het inderdaad aan de basis staat van alle stappen die worden gezet. Essentieel is dan wel een bereidheid erover na te denken en op te reflecteren gedurende het hele proces, vanaf het allereerste moment. Het is niet iets wat je er op een later tijdstip nog in kan fietsen, er als een afvinklijstje bij kunt pakken.’

Maak het streven expliciet

Corinne wil daarbij benadrukken dat het belangrijk is niet bij nul te beginnen: ‘Er is al zoveel kennis op dit gebied. Verwacht niet van onderzoekers dat ze allemaal expert worden in klimaatrechtvaardigheid, maar zorg dat er experts betrokken zijn die kunnen ondersteunen op dit thema. Ik geloof ten diepste dat iedere betrokkene bij het KIN – of vergelijkbare initiatieven – naar een rechtvaardiger klimaatbeleid wil. Om dat voor elkaar te krijgen moet je dat streven expliciet maken, vastleggen in een heldere visie. Het moet geen verplichting zijn die opgelegd wordt aan de deelnemers, maar echt een gezamenlijke visie.’

Dilemma’s afwegen

Joyce vult aan: ‘Dit is bij een uitstek een onderwerp dat het ook leuk kan maken. Door het onderdeel van de groepsvorming te laten zijn bijvoorbeeld. Besluiten klimaatrechtvaardigheid als uitgangspunt te nemen is dan wel geen hogere wiskunde, het onderwerp zelf is natuurlijk wel complex. Het is niet met een simpel trucje op te lossen, je moet samen de dilemma’s afwegen. Het begint bij de volgende vragen: wie bepaalt wat we gaan doen; hoe betrek je daar de hele maatschappij bij; wie zijn het meest kwetsbaar; en hoe kunnen we vooral ook hen betrekken? Zodat ze mee kunnen denken, praten én beslissen. Je zou een moreel beraad kunnen vormen, zoals dat ook bestaat in de zorg. Je moet je telkens afvragen wat het meest rechtvaardig is om te doen.’

Het licht laten schijnen op de hele keten

Corinne: ‘Neem het voorbeeld van biodiversiteit. Ergens wordt besloten dat in Azië en aan de kust van Afrika talloze bomen moeten worden geplant. Maar in die gebieden wonen en werken mensen. Zijn die bomen de enige oplossing? Is er gekeken naar alternatieven? Kunnen we een oplossing vinden die goed is voor de planeet én voor de mensen die er wonen? Je moet het licht laten schijnen op de hele keten. Hetzelfde verhaal geldt natuurlijk voor de boeren in Nederland.’ ‘Ja, die krijgen de hele tijd beleid opgelegd,’ beaamt Joyce. ‘Ze zaten niet aan de tekentafel. Ik geloof niet dat er veel boeren zijn die per se een intensieve veehouderij willen hebben, als er samen toegewerkt kan worden naar andere alternatieven die invulling geven aan het boerenbedrijf op een manier die ondersteunend is aan de natuur in plaats van schadelijk ervoor.’ Beide vrouwen begrijpen dat het niet altijd eenvoudige gesprekken zijn die er dan gevoerd moeten worden. ‘Als de boeren aan tafel zitten, wil een andere partij misschien niet meer aanschuiven. Maar er bestaan manieren om afwegingen te maken waardoor je meer inclusief kunt opereren en vanuit gelijkwaardigheid in verschillende vormen van kennis.’

Internationaal, nationaal én lokaal

Met deze voorbeelden willen Joyce en Corinne laten zien dat het probleem op ieder niveau relevant is. ‘Het zijn altijd de meest kwetsbare partijen die aan het kortste eind trekken; op internationaal, nationaal én lokaal niveau. Dat maakt het zo belangrijk het als uitgangspunt te nemen bij iedere beslissing. Bij onderzoeken met betrekking tot the Global South zou je verwachten dat dat vanzelfsprekend is, toch gaat het zelfs daar nog steeds vaak mis. Corinne: ‘Ook nu nog hoor je geregeld dat “we mensen in armere gebieden moeten helpen ontwikkelen.” Het idee dat we hier overal meer van zouden weten is zo aanmatigend.’ Joyce knikt instemmend en spreekt haar verbazing uit over het feit dat er volgens haar geen contact was gezocht met bijvoorbeeld een land als de Filipijnen toen we hier in Limburg een serieuze overstroming hadden. ‘Terwijl ze daar enorm veel ervaring mee hebben. Ik weet zeker dat we iets van hen hadden kunnen leren.’

Systeemveranderingen kosten tijd

Corinne: ‘Nodig de wereld uit. Neem geen besluiten óver mensen en hun levens, maar bedenk samen met hen wat er nodig is. Daarin zit dus geen verschil tussen projecten in de Global South of lokaal. Wees je aldoor bewust van je eigen invloed en van het feit dat jij degene bent met het geld.’ Tot slot wil Corinne nog benadrukken dat we moeten accepteren dat grote systeemveranderingen tijd kosten: ‘Laat alsjeblieft het dogma van zo snel mogelijk moeten publiceren los. Deel wel de lessen die je onderweg leert door reflectiesessies in te bouwen. Het KIN heeft de potentie uit de groef van de huidige inrichting van de academische wereld te komen. Daarmee kan de organisatie écht het verschil maken.’