Hoe ziet een economie eruit die niet puur op groei is gericht, maar ook bijdraagt aan welzijn of een leefbare aarde? 25 projecten die richting gaan geven aan een economie waarin welzijn, ecologie en rechtvaardigheid centraal staan, kunnen binnenkort aan de slag. Deze projecten hebben de KIN Kennis-in-Actie subsidie ‘Economische transitie: de kosten en baten van (n)iets doen’ toegewezen gekregen. Per aanvraag was hiervoor maximaal € 50.000 beschikbaar.
Belangrijke voorwaarde voor toewijzing is dat elk project de krachten en kennis van wetenschap en praktijk bundelt en in co-creatie wordt gewerkt. De projecten richten zich op thema’s als ‘Financieel systeem zonder (geld)groei’, ‘Omgaan met verlies, niets doen en krimp’ en ‘Nieuw ondernemer- en eigenaarschap zonder aandeelhouderschap’. Projecten kunnen beeldend zijn, ontwerpend, ondernemend of juist heel procesmatig, reflecterend of activistisch. Het gaat om een bundeling van krachten uit praktijk en onderzoek, gericht op het verder brengen van de gewenste transitie door samen interventies te onderzoeken.
Welke projecten gaan van start?
(op alfabetische volgorde van projecttitel)
Beter in de Buurt: Community organizing als hefboom voor VvE-verduurzaming in de Rotterdam ZuidBeter in de Buurt: Community organizing als hefboom voor VvE-verduurzaming in de Rotterdam Zuid
R.H.J. Franken (Energie van Rotterdam BV); S. van der Ham (Stichting Thuismakers Collectief); L. Taks (Energie van Rotterdam BV); K. Welp (Stichting Thuismakers Collectief); drs. D.A.P. Peeters (Erasmus Universiteit Rotterdam); dr. T.J.F. Bauwens (Erasmus Universiteit Rotterdam);
Veel VvE’s in kwetsbare wijken lopen vast in verduurzaming, niet alleen door geld of techniek, maar ook door wantrouwen, weinig contact tussen buren en moeizame besluitvorming. Dit project test of community organizing VvE’s helpt om bewoners beter te bereiken, vertrouwen op te bouwen en gezamenlijk verder te komen in planvorming. In zes VvE’s vergelijken we drie trajecten met community organizing met drie trajecten die reguliere ondersteuning krijgen. Zo onderzoeken we of en hoe deze aanpak leidt tot meer participatie, meer consensus en sterkere verduurzamingsplannen in Carnisse en vergelijkbare buurten.
CCS op waarde geschat
L. Knoester (Solid Sustainability Research); H. Arts (Stichting ter bevordering van de Fossielvrij-beweging); A. Pereira (Solid Sustainability Research); dr. G. Dix (Universiteit Twente);
Koolstofafvang en -opslag (CCS) vormt een hoeksteen in de Europese en Nederlandse transitieplannen, gepromoot door een sterke pro-CCS-gemeenschap, bestaande uit industrie, onderzoekers, kenniscentra en adviesbureaus. Desalniettemin maakt CCS al decennialang de hoge beloftes niet waar: hoge kosten zijn een obstakel voor opschaling en CCS is minder effectief dan voorspeld. Bovendien stelt CCS de industrie in staat extractieve businessmodellen onveranderd voort te zetten, waardoor weeffouten in onze economie in stand blijven. Ons leerdoel is: met welke interventies kunnen we onderzoekers, maatschappelijke organisaties, journalistiek en politici helpen CCS op waarde te schatten, zodat er ruimte ontstaat voor transformatieve klimaatoplossingen?
Cook & Care – Coöperatief ondernemerschap voor een inclusieve cateringmarkt
W.H.A.M. van den Broek (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS)); N. Zerouali (Stichting Women on food); J. Devis Clavijo (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS)); L.M. Leatemia (Stichting Women on food); dr. V.C. Materia (Wageningen University & Research); dr. W.J.J. Bijman (Wageningen University & Research);
De Nederlandse cateringmarkt — €3,5 miljard— is structureel gesloten voor kleine, cultureel diverse voedselondernemers. Wie de catering mag doen in scholen, zorginstellingen, overheidsgebouwen en bedrijven wordt ver weg van deze culturele ondernemers besloten. Dat moet anders. We laten zien dat voedsel een cultureel product is en niet enkel een grondstof. Het kader van herinnering en gemeenschapsvorming. Women on Food, een beweging van 100+ Amsterdamse vrouwelijke
voedselondernemers, wil dit doorbreken. In co-design met Wageningen Universiteit ontwikkelen en testen we een coöperatief model waarmee deze ondernemers gezamenlijk kunnen meedingen in catering tenders — zonder hun culturele identiteit op te geven.
DAZO (Dit Adres Zoekt Ondernemende buurtbewoners): Van Incidentele Subsidies naar Kostenvermijdende
Financiering
prof. dr. T. de Moor (Erasmus Universiteit Rotterdam); J. Frerichs (DeBlauweWij(k)Economie); P Hoogenbosch (DeBlauweWij(k)Economie); P. Wind (Alexander Impact BV); B.C. van Veen (21 Markets BV); T. Moolenaar MA (Erasmus Universiteit Rotterdam); dr. L. Held (Erasmus Universiteit Rotterdam); dr. W.A.H. Spekkink (Erasmus Universiteit Rotterdam)
Wijkbedrijven creëren via enkelvoudige opdrachten, zoals groenbeheer of energie-fixing, meervoudige waarde door actieve gemeenschapskracht. Naast wijkbewoners, hebben ook gemeenten, zorgverzekeraars en woningcorporaties baat bij de gecreëerde sociale cohesie en preventie. Echter, een structurele financiële bijdrage van deze partijen aan de maatschappelijke baten, en daarmee de sociale basis in de wijk, ontbreekt. Een innovatief financieel mechanisme, dat verschillende geldstromen integreert, is nodig om het wijkbedrijf structureel te bekostigen en kostenbesparingen voor de financierende partijen te garanderen. Samen met wijkbedrijven, gemeenten, woningcorporaties en zorgverzekeraars doorbreken we barrières en ontwerpen we dit mechanisme voor kostenvermijdende financiering.
De anatomie van een grootvervuiler
dr. M.J. van der Linden (De Haagse Hogeschool (HHS)); drs. C. Kingma (Studio Carlijn Kingma); drs. A. Asscheman (De Haagse Hogeschool (HHS)); drs. T.P.F. Bollen (De Haagse Hogeschool (HHS));
Dit project onderzoekt en visualiseert de juridische en financiële structuur van RWE, een van de grootste vervuilers van Europa. Deze visualisatie dient als case study om inzichtelijk te maken hoe vervuilers bouwblokken van het recht gebruiken om winsten te privatiseren, belastingen te minimaliseren en ecologische en sociale verantwoordelijkheden af te schuiven. Door middel van onderzoek, workshops en interviews brengen we in kaart welke juridische routes er zijn om dergelijke bedrijven aansprakelijk te houden en waar de zwakke punten in ons internationale rechtssysteem zitten. De uitkomsten van dit onderzoek worden vertaald naar beeldtaal, eenvoudige teksten en concrete tools.
De Definitie van de Gemeenschap
J.M. den Uyl (Stichting Constitutie voor de Commons); N. van der Heijden (SMEE advies); J. van der Heijden (TNO); D.G.H. Lohuis (Dennis Lohuis – ontwerper); M. Nijman (Pure & Lean);
Dit project onderzoekt hoe het begrip ‘gemeenschap’ in Nederlands recht en beleid eenduidiger kan worden gedefinieerd (en toegepast).
In verschillende sectoren (energie, zorg, wonen, omgevingsrecht) worden verschillende definities gebruikt.
Deze verschillen kunnen het werken met gemeenschappen vertragen. en daarmee ook de transities waar gemeenschappen een (steeds belangrijkere) rol in spelen.
Het onderzoek analyseert: a. de juridische grondslagen, b de tooetsing ervan in de praktik, c. het ontwerpen van interventies, en d. de afronding ervan in een rapportage/ schema.
Het doel is: een eenduidig begrip van gemeenschap dat integrale klimaattransities faciliteert.
De kosten van niets doen: verspilling en gemiste kansen
dr. H. Bos (Stichting E4all); M. Blom (CE Delft); drs. S. Jense (Climate Cleanup); O.Z. van Sandick (Stichting Wellbeing Economy Alliance Nederland); drs. P. Bouwman (CE Delft); drs. P. Deckers (Stichting Caring Doctors);
Beleidsmakers, media en burgers missen een samenhangend beeld van de kosten, maatschappelijke impact en de risico’s van huidig en uitgesteld beleid. Wetenschappelijke kennis over de kosten en baten van beleid bestaat in overvloed maar is versnipperd en daarmee niet voldoende toegankelijk. Dit project verzamelt bestaande Maatschappelijke Kosten-Baten Analyses (MKBA’s) op het gebied van klimaat, gezondheid, economie en ecologie op één publiek toegankelijk platform, inclusief de onderlinge verbanden. Zo vergroten we inzicht bij burgers en beleidsmakers in de schade van scenario’s ‘niets-doen’, de verbeterpotentie, en de samenhang tussen crises voor iedereen die beslissingen neemt over onze toekomst.
De kosten van nietsdoen: naar een eerlijke financiering van een klimaatbestendige gebouwde omgeving.
M. zum Felde (&Flux BV); S. van der Wal (&Flux BV); A.J. Bruijns (Hogeschool Rotterdam – Rotterdam University of Applied Sciences); dr. T.I.E. Veldkamp (Hogeschool Rotterdam – Rotterdam University of Applied Sciences); drs. T.T. den Oudendammer (Hogeschool Rotterdam – Rotterdam University of Applied Sciences);
De discussie over investeringen in een klimaatbestendige gebouwde omgeving richt zich vooral op kosten, terwijl bestaande financieringsmechanismen en de kosten van nietsdoen onderbelicht blijven. De benodigde actie blijft hierdoor uit. Dit project adresseert de systeembelemmering van de ‘split incentive’, waarbij beslissers niet profiteren van investeringen in een klimaatadaptieve gebouwde omgeving en baathouders buiten beeld blijven. We schatten de kosten van nietsdoen, maken zichtbaar waar deze neerslaan en wie ze dragen. Door bewustzijn te creëren stimuleren we een eerlijkere afweging van investeringsbeslissingen. Het project draagt bij aan inzicht in afwentelingskosten, maatschappelijk risicobeheer en een meer integrale, toekomstgerichte aanpak van klimaatadaptatie.
De maatschappelijke waarde van wooncoöperaties
G. Roemers (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS)); A. van Doorn (Stichting Social Value Foundation); P. Duchting (Stichting CrowdBuilding); B.C. van Veen (21 Markets BV); M. Eaisaouiyen (Vereniging Cooplink); F. Reuter (21 Markets BV); M. Molema (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS)); T.W. Maassen (Platform Wooncoöperaties Amsterdam);
De Nederlandse woningmarkt zit op slot door schaarste aan betaalbare, publiek verankerde woonruimte. Wooncoöperaties bieden een duurzamer en collectief alternatief, maar opschaling blijft lastig omdat hun maatschappelijke waarde onvoldoende zichtbaar is en verdeeld neerslaat bij overheden, coöperaties en samenleving. In dit project ontwikkelen en testen we, samen met wooncoöperaties, gemeenten en financiers, een praktische methode om maatschappelijke kosten en baten van wooncoöperaties expliciet te maken. We brengen de kosten van (n)iets in beeld via betaalbaarheid, sociale cohesie, duurzaamheid en woonzekerheid. Resultaten verschijnen in een brochure en een toepasbare handleiding voor beter beleid, besluitvorming en financiering.
Denkkaders van het geldstelsel – Naar een gedeelde taal voor monetaire transitie
M. Thole (Waag | technology & society); F. Schootstra (Stichting Rethinking Economics NL); J. Haarsma-Elzerman (Stichting Ons Geld); J de Vries (Waag | technology & society);
Het geldstelsel wordt omgeven door hardnekkige denkkaders die hervorming blokkeren: “het geld moet eerst verdiend worden,” “de overheid moet bezuinigen zoals een huishouden.” Deze denkkaders zijn niet neutraal — ze maken onzichtbaar wie baat heeft bij het huidige systeem en wie erdoor benadeeld wordt. Dit project ontwikkelt in co-creatie nieuwe denkkaders en taal die het gesprek over geldhervorming toegankelijk maken voor een breed publiek. Via interviews met geldhervormers, een hackathon en een doelgroepsessie bouwen we aan een gedeelde communicatiestrategie die organisaties en wetenschappers direct kunnen inzetten.
Doorleven Economische krimp en verlies van fossiel comfort ervaren in het Woonhuis van de Toekomst
dr. ir. M Taanman (GovernEUR); drs. C. Vroon (Erasmus Universiteit Rotterdam); M. Smets MA(Stichting Huis van de Toekomst); drs. A. Visser (Erasmus Universiteit Rotterdam); S. Kubersky MA (Stichting Huis van de Toekomst); F. Coops (&Coops); dr. S.M. Hogervorst (Open Universiteit);
Economische transitie vraagt om afscheid nemen van fossiele energie, groei en hyperconsumptie — maar dat afscheid is psychologisch zwaar. Dit project van Stichting Huis van de Toekomst in Rotterdam-BoTu maakt dat verlies doorleefbaar. Er wordt een volledig functioneel Woonhuis van de Toekomst ingericht: zonder gas, stroom, wifi of geld. Onderzoekers en beleidsmakers verblijven er twee dagen en maken deel uit van een energiegemeenschap op menskracht. De wijk zelf — met bewoners die leven met minder al kennen — is ervaringsdeskundige. Het project levert een fysiek woonhuis, een documentaire en een methodologische reflectie op als overdraagbare kennisproducten.
Financieringsmodel voor toekomstboerderijen
R. van den Heuvel (Stichting We Are Stewards); G.W. Koren (Stichting We Are Stewards); drs. K. Rauwerda (Hogeschool van Amsterdam);
Nederland kent een grote verscheidenheid aan initiatieven voor natuurinclusieve gemeenschapslandbouw. Ze zijn een aanjager van de landbouwtransitie en maken gebruik van eigendomsmodellen als steward-ownership en coöperaties. Traditionele financiers kunnen hen vaak niet bedienen, maar ook alternatieve financiers vinden het door de verscheidenheid lastig om deze initiatieven te financieren.
Initiatieven worstelen daardoor vaak met hun financiering. Dat stokt de landbouwtransitie.
Tegelijkertijd zijn er hoopvolle voorbeelden die navolging verdienen. Met dit project ontwikkelen we samen met boeren en financiers een financieringsmodel dat hen helpt om sneller tot een succesvolle financiering te komen. Het model biedt gedeelde basisafspraken en ruimte voor diversiteit.
Gelijkwaardig Kapitaal — actieonderzoek naar financiering van een regeneratieve economie die werkt voor alle betrokkenen
M. Klein (Impact Hub Amsterdam); drs. S.R. Kessing (Impact Hub Amsterdam); drs. A.I.M. Bun (Impact Hub Amsterdam); dr. R.J.B. Lubberink (Hogeschool van Amsterdam);
Dit project onderzoekt hoe regeneratieve ondernemers en impactfinanciers samen de overgang naar een regeneratieve economie kunnen versnellen. Hoewel financiers deze transitie willen ondersteunen, vormen bestaande kennis, structuren en routines nog barrières. In een transitiearena werken 10 ondernemers en 5 financiers samen om te (ont)leren, experimenteren en nieuwe financieringsvormen en bijpassende governance te testen en valideren. Dit leidt tot gelijkwaardigheid in de verstrekking van kapitaal, waarbij impact en rendement in juiste verhouding staat. Via co-creatie delen de ondernemers en financiers methoden en tools voor concrete casussen, en vergroten de toegang tot kapitaal en versterken daarmee de regeneratieve economie.
Grondpolitiek: groter dan GREX
V. Kuipers (Vereniging Deltametropool); J. Martens (Verveeld & Verward); Z.J. Taylor (Technische Universiteit Delft); T.I.E. Veldkamp (Hogeschool Rotterdam – Rotterdam University of Applied Sciences);
Nederland was, heel lang, een moeras. Ik was het bijna vergeten. Dijken en pompen houden ons droog, waardoor wij hier kunnen wonen. En dat willen veel meer mensen. Dus blijven we pompen, bouwen, en verdienen veel geld. Tenminste, zij die dat al hadden. Ondertussen laat dat moeras steeds meer van zich horen. Maar wij luisteren niet, want stap voor stap is iets uitzonderlijks normaal geworden en vergroot grondpolitiek de kloof tussen diegene met en diegene zonder. Hoe kunnen we uit het korte-termijndenken in gebiedsontwikkeling breken en grondpolitiek ontwikkelen waarin financiële instrumenten en samenwerkingsvormen bijdragen aan publieke waarden?
Het vermogen om te veranderen: Experimenten met omgevingsbaten en zeggenschap bij energiecoöperaties
dr. C. Scholl (Maastricht University); J.B. Zomerplaag (Maastricht University); F. de Jong (Klimaatstichting HIER); C.T. Hendriks (Tess Media); W.A. Tan (Weia Tan);
Wie een windmolen of zonnepark in de buurt heeft, ervaart dit soms als overlast. Energiecoöperaties kunnen iets teruggeven: omgevingsbaten die terugvloeien naar de lokale gemeenschap. Omgevingsfondsen zijn daarvoor een zichtbaar instrument: zo’n 30 coöperaties beheren er een, met uitkeringen van tienduizenden tot honderdduizenden euro’s. Bij coöperaties leven vragen over hoe baten worden verdeeld, wie erover beslist en wie ervan profiteert. Universiteit Maastricht en Klimaatstichting HIER brengen beheerders en begunstigden van drie fondsen aan tafel. Op basis van fondsportretten reflecteren betrokkenen op zeggenschap over lokaal opgewekt vermogen en verkennen nieuwe vormen van besluitvorming. Inzichten worden gedeeld met energiecoöperaties in heel Nederland.
Maatschappelijke businesscase waterrobuust schadeherstel (Build Back Better)
dr. T. Endendijk (Tauw BV); N.M. Tijsterman (Verbond van Verzekeraars); Z.J. Taylor (Technische Universiteit Delft); L. Valkenburg (TAUW bv); dr. J. Brusselaers (Vrije Universiteit Amsterdam);
Extreem weer veroorzaakt steeds meer schade. Bij herstel wordt zelden rekening gehouden met beperken van toekomstige risico’s. Build Back Better (BBB) biedt een oplossing: gebouwen zo herstellen dat zij beter bestand zijn tegen toekomstige waterrisico’s, waardoor toekomstige schade afneemt. Dit project onderzoekt wat BBB precies inhoudt, wat het kost, hoeveel schade voorkomen kan worden en bij welke situaties de investeringen (maatschappelijk) rendabel zijn. Door kennis uit wetenschap en praktijk te bundelen, ontwikkelen we eerste Nederlandse maatschappelijke businesscases voor waterrobuust schadeherstel. Verzekeraars en vastgoedeigenaren kunnen hiermee gerichter investeren in klimaatbestendig herstel en zo de transitie naar een klimaatbestendige financiële sector versnellen.
Niets Nieuws – Onderzoek naar verlies, gedragsverandering en nieuwe waarden in de transitie naar minder kledingconsumptie
D.J.M. Vorstenbosch (Stichting THIS IS FREE FASHION); A. Kaag (Provincie Noord Brabant); M. van Bers (Gemeente Tilburg); J. de Doelder (Midpoint Brabant); N. Kuijsters-Timmers (Fontys Hogeschool); L. Van Os (Blijtanken); N. Zweers (TNO Den Haag); G.L. Paradies MSc (TNO Den Haag);
Consumptie verminderen is de meest effectieve maar minst onderzochte strategie in de economische transitie. Daarmee blijft de vraag onbeantwoord: wat betekent het om consumptie los te laten, en welk verlies brengt dat met zich mee? In dit project stoppen 100 deelnemers zes maanden met nieuwe kleding kopen. Kunst, community en wetenschap komen samen in een lerend experiment waar verlies, gedragsverandering en nieuwe waarden centraal staan. De resultaten worden gebruikt voor De Kast van de Stad: een permanente stedelijke voorziening waar delen en hergebruik de norm worden als schaalbaar alternatief voor het huidige consumptiemodel, ontwikkeld met gemeente, provincie en regionale partners.
Omhoog op de R-ladder: Experiment voor een nieuw contractmodel voor circulaire inkoop in de maakindustrie
F. van den Elzen (Erasmus Universiteit Rotterdam); D. Ewen (Koninklijke Ahrend bv); P. Galgani (True Price Foundation); M.W. Appeldoorn MA MSc(True Price Foundation); C. van der Geer (True Price Foundation); T. van Daal (Erasmus Universiteit Rotterdam);
De overheid heeft vergaande circulaire ambities, maar haar eigen aanbestedingspraktijk werkt versnelling tegen. Wie investeert in circulair design en refurbishment, wordt onvoldoende beloond door de structuur rondom de aanbesteding. Dit project doorbreekt die impasse: we kijken hoe bestaande praktijken (true pricing, circulaire aanbesteding, circulaire bedrijfsvoering) elkaar versterken in het versnellen van en richting geven aan de transitie naar een circulaire samenleving in het algemeen en een houdbaar circulair business model in het bijzonder. Met Ahrend als levend lab berekenen we de echte waarde van circulaire keuzes, toetsen we een nieuw contractontwerp, en vertalen we de uitkomsten naar praktische bouwstenen.
Rentevrij krediet voor de transitie naar duurzame lokale welvaart: Een pilot binnen het coöperatief betaalnetwerk Amsterdam
J. Vink (Stichting STRO); T. Siderius (Gemeente Amsterdam); dr. F.J. de Graaf (Hogeschool van Amsterdam);
Deze pilot voegt een model voor rentevrij krediet toe aan een bestaand coöperatief betalingsnetwerk in Amsterdam Nieuw-West. Centraal hierin is een lokale munt met gedragsstimulansen: een tijdsteller en een solidariteitsbijdrage. Hiermee kunnen ze koopkracht lokaal behouden, rentevrij krediet realiseren en circulaire ontwikkeling bevorderen. Hierbij wordt welvaart losgekoppeld van grondstoffenverbruik, en de weerbaarheid tegen financiële crises versterkt. Doel: Praktijkervaring omzetten in een reproduceerbaar model van rentevrije kredietverlening binnen lokaal circulair geld dat ook microfinancieringsinstellingen (MFI’s) een groei-onafhankelijk financieel systeem biedt waarmee de impact van hun activiteiten sterk kan worden vergroot.
Ruimte voor transitie door aandacht voor verlieservaringen: een transformationeel mediaproject
prof. dr. M. Olthaar PhD (NHL Stenden Hogeschool); A.M. Van Der Baan (Anne Margot van der Baan); F. Van Der Meulen (Floor vd Meulen); dr. B. Harms (NHL Stenden Hogeschool)
Om binnen de grenzen van de aarde te blijven, moeten we slimmer en zuiniger omgaan met materiaal en energie. Dat vraagt veranderingen die kunnen leiden tot ervaringen van verlies van comfort, identiteit of vertrouwde gewoonten. In dit project ontwikkelen we een media-interventie met korte filmverhalen over verlieservaringen en nieuwe vormen van waarde en welzijn in duurzame transities. Tijdens interactieve bijeenkomsten bekijken uiteenlopende betrokkenen deze films samen en gaan zij in een begeleid gesprek over zorgen, kansen en oplossingen rond bijvoorbeeld autoluwe wijken. We onderzoeken of deze gezamenlijke ervaring helpt om meer begrip, vertrouwen en draagvlak te creëren voor duurzame besluiten.
Tegenkracht voor een duurzaam en rechtvaardig financieel systeem
dr. M.J. van der Linden (De Haagse Hogeschool (HHS)); drs. G. Knijp (Stichting Sustainable Finance Lab); drs. M. Cornelisse (De Haagse Hogeschool (HHS)); drs. A.I. Kervers (Universiteit Utrecht); drs. E. Hobma (Triodos Bank NV); drs. B. Kramer (Stichting Sustainable Finance Lab);
Dit project onderzoekt hoe maatschappelijke organisaties, onderzoekers en missiegedreven financiële instellingen op Europees niveau en twee nationale niveaus (Nederland en Duitsland) effectiever tegenkracht kunnen organiseren in financiële beleidsdossiers. We richten ons op twee dossiers: de digitale euro en de rol van banken in de energietransitie. We evalueren de bestaande coalities en het beleidsproces rondom de digitale euro. De uitkomsten gebruiken we voor het opzetten van een gecoördineerde advocacy strategie gericht op de rol van banken in de energietransitie. Door onderzoek en strategische communicatie expliciet te verbinden, testen en ontwikkelen we een aanpak voor research-based advocacy.
Voedsel als basisvoorziening, transitie naar een gemengde economie
F. Visser (Stichting Public Food); L.v.B. Van Bellen (Erasmus Universiteit Rotterdam);
Gezond eten is voor iedereen een basisbehoefte, geen luxe. En net zoals we andere basisbehoeftes hebben georganiseerd – kraanwater, bibliotheek, sociale woningbouw, openbaar vervoer – is er een nieuwe basisvoorziening nodig die gezond en duurzaam eten toegankelijk, makkelijk en betaalbaar voor iedereen maakt. Vertrekpunt daarbij is Mensa Mensa als werkend praktijkvoorbeeld daarvan; een sociale plek in de wijk om te eten en te koken. We maken inzichtelijk wat er nodig is om plekken zoals Mensa Mensa structureel onderdeel te maken gemeente beleid en begroting en zo de toegang tot betaalbaar gezond eten landelijke te institutionaliseren.
Voorbij het vertragingsframe: bouwen aan weerbare journalistiek
dr. F. Dablander (University of Amsterdam); E. Morel (QuotaClimat); L. Wemaere (QuotaClimat); S. de Bruijn (Reformatorisch Dagblad); dr. E Remmelink (De Data Detective); L. Vanheule (Bridgelab);
De media spelen een cruciale rol als ‘vierde macht’ en beïnvloeden de publieke agenda en steun voor klimaatbeleid. Tegelijk zijn ze vatbaar voor desinformatie, die steeds vaker de vorm aanneemt van subtiele vertragende narratieven. Economische vertraagframes worden verspreid via de traditionele media, ook in Nederland, waardoor klimaatactie wordt ondermijnd. Een systematisch overzicht van deze narratieven in Nederlandse media ontbreekt. Inoculatie tegen desinformatie is een effectief bestrijdingsmiddel, maar nooit toegepast op journalisten zelf. Dit project wil daarom een automatisch detectiemodel ontwikkelen, een weerbaarheidstoolkit maken met journalisten samen, en de impact daarvan meten, om zo tegenwerkende krachten in de klimaattransitie te verzwakken.
WaterCommons Statia — welbevinden als startpunt voor een eilandtransitie
prof. dr. M. Bartels (Vrije Universiteit Amsterdam); B.A. van de Kraats MSc(Stichting XplorIT)
Sint Eustatius (aka Statia) is een dynamisch eiland met een sterke community. Iedereen wil, maar het systeem dat intrinsieke drive en collectief potentieel duurzaam organiseert, rond bijvoorbeeld voedselzekerheid, water en gezondheid, ontbreekt. WaterCommons Statia bouwt dat systeem via sociale innovatie vanuit de mensen zelf. Een semi-mobiele ontziltingsinstallatie levert betaalbaar irrigatiewater als gedeeld gemeenschapsgoed. Xplorit en de VU Amsterdam onderzoeken en documenteren hoe de BoostX sociale innovatie-infrastructuur , geworteld in wetenschappelijk onderzoek naar welbevinden als katalysator voor collectieve actie, op gemeenschapsschaal werkt en repliceerbaar wordt voor andere eilandgemeenschappen.
Woningcorporaties voorbereid op wateroverlast: financiële afwegingen rond adaptatie op pandniveau
S. Vanwersch (Stichting Dutch Green Building Council); A. Dees (Haskoning); dr. L.T. de Ruig (Stichting Climate Adaptation Services); dr. Z. Taylor (Technische Universiteit Delft);
Klimaatrisico’s worden steeds vaker ervaren, maar nog onvoldoende meegenomen in investeringsbeslissingen. Hierdoor blijven noodzakelijke investeringen uit en verschuift de rekening van inactiviteit van vandaag naar morgen. Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe de kosten van niets doen en de kosten en baten van klimaatadaptatie bij wateroverlast op pandniveau voor woningcorporaties inzichtelijk en vergelijkbaar kunnen worden gemaakt. Daarmee biedt het project woningcorporaties en ketenpartners concrete handvatten om tijdig en gericht te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering en voorkomt het dat risico’s en kosten worden afgewenteld op toekomstige generaties en kwetsbare bewoners.
De Kennis-in-Actie subsidie ‘Economische transitie’ is eerder dit jaar voortgekomen uit het gelijknamige programma ‘Economische transitie: de kosten en baten van (niets) doen’ waarin het KIN voortbouwt op de veronderstelling dat we in onze huidige economie onherroepelijk tegen grenzen aan (gaan) lopen, terwijl er economische alternatieven zijn die veel opleveren, zowel financieel als op het gebied van gezondheid en welzijn. Een intensieve tweedaagse Crutzenworkshop met deelnemers uit onderzoek, beleid en praktijk eind januari leverde een Kennis-in-Actie agenda Economische transitie op.
Over Kennis-in-Actie subsidies
Kennis-in-Actie subsidies zijn door het KIN binnen de programmalijn ‘Kennis-in-Actie’ ontwikkeld om wetenschap en praktijk samen in beweging te brengen voor rechtvaardige klimaattransities. Transitie-interventies zien we als onderzoeksmethode waarbij het uitgangspunt is: al-doende-leren en al-lerende-doen. Kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties kunnen samen voorstellen indienen voor transformatieve, experimentele projecten binnen verschillende thema’s: welke oplossingsrichtingen, onderzoekende vragen en transitieleerdoelen kunnen de gewenste transitie versnellen?

