Home / Projecten / Kennis-in-actie subsidie

Kennis-in-actie subsidie

De Kennis-in-Actie subsidie is ontwikkeld om wetenschap en praktijk samen in beweging te brengen voor rechtvaardige klimaattransities. Uitgangspunt daarbij is: al-doende-leren en al-lerende-doen. Kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties kunnen samen voorstellen indienen voor transformatieve, experimentele projecten binnen verschillende thema’s: welke oplossingsrichtingen, onderzoekende vragen en transitieleerdoelen kunnen de gewenste transitie versnellen?

KinA Collective Water Management

Looptijd

augustus 2025

–

Heden

Locatie

Landelijk

Budget

€ 50.000 per aanvraag

Betrokken partijen

KIN/NWO

Om Nederland klimaatneutraal en klimaatbestendig te maken zijn fundamentele en duurzame maatschappelijke veranderingen nodig die iedereen ten goede komen. Nauwe samenwerking tussen wetenschap en praktijk is essentieel om te focussen op concrete kennis- en transitieopgaven.

Verbinden van maatschappelijke pioniers en onderzoekers

Ondernemers, ondernemende burgers, creatieve professionals, actieonderzoekers en ondernemende ambtenaren spelen allemaal een cruciale rol in de gewenste maatschappelijke transities. Deze pioniers experimenteren vaak al op kleine schaal met wenselijke alternatieven en beschikken over een schat aan ervaringskennis. Door hen te verbinden met onderzoekers ontstaan krachtige combinaties van praktische kennis en wetenschappelijke methoden. Bovendien kan wetenschap helpen om transitiepraktijken te legitimeren en te onderbouwen.

 

Het KIN heeft de Kennis-in-Actie subsidie ontwikkeld om transformatieve projecten te initiëren. Deze subsidie faciliteert en financiert samenwerking tussen onderzoekers en maatschappelijke actoren op het gebied van rechtvaardige klimaattransities. De subsidie maakt experimenten mogelijk met een focus op actie, met een cyclisch proces van uitproberen, onderzoeken en bijstellen.

Overzicht Kennis-in-Actie programma’s

 

Collectief Waterbeheer Oost-Brabant

Het eerste Kennis-in-Actie programma, is in 2025 van start gegaan en richt zich op Collectief Waterbeheer. In nauwe samenwerking met de HAS Green Academy is de agenda hiervoor vastgesteld tijdens de gezamenlijk georganiseerde KIN Crutzen-workshop op 2 juli 2025 in Den Bosch. De Crutzenworkshop is een werkvorm ontwikkeld door het KIN waarin transdisciplinair en in co-creatie wordt samengewerkt aan een urgent (klimaat)transitievraagstuk.

 

Economische transitie: de kosten en baten van (n)iets doen

Begin 2026 vond de Crutzenworkshop voor ‘Economische transitie: De kosten en baten van (n)iets doen’ plaats. De centrale vraag tijdens deze tweedaagse workshop waar een diverse groep denkers en doeners uit de nieuwe economie aan deelnamen: wat kost het ons eigenlijk als we niets doen – en wat levert het op als we wel in beweging komen om de economische transitie naar een klimaatbestendige en neutrale toekomst te versnellen? In deze twee dagen zijn thema’s en de contouren van actieplannen voor het versnellen van economische transities uitgetekend. Deze zullen de basis vormen van een Kennis-in-Actie agenda. De call voor dit programma opent eind februari 2026.

 

Watertransitie Twente: naar een meer veerkrachtig watersysteem

Hoe kan de watertransitie in Twente zodanig worden vormgegeven dat – gegeven toenemende droogte, historische keuzes en andere maatschappelijke transities – een veerkrachtig en rechtvaardig watersysteem ontstaat? Dit is de centrale vraag die in de regio speelt en waarvoor KIN in samenwerking met UT Climate Centre, De Twentse Golf en partners uit wetenschap, beleid, praktijk en maatschappelijke bewegingen een transitieprogramma uitwerken.

 

Transitie naar Planetaire gezondheid

Wat is nodig om de gezondheid van mens, natuur en planeet binnen veilige grenzen te brengen én ecologische systemen te versterken? Het programma ‘Transitie naar planetaire Gezondheid’ richt zich op het verstevigen en versnellen van het planetaire gezondheidsdenken. In dit denken staan de onlosmakelijke verbindingen tussen het welzijn van mensen, andere levende wezens, en ecosystemen centraal. Het gaat om een radicaal andere manier van denken en handelen, die nodig is voor de grote maatschappelijke en ecologische uitdagen waarvoor we staan.

 

Transitie naar natuurpositief landgebruik

Het is slecht gesteld met biodiversiteit in Nederland en de wereld: soorten verminderen in rap tempo, en ecosystemen staan onder grote druk. In dit nieuwe programma wil het KIN transitie-pioniers die zich bezighouden met biodiversiteitsherstel én klimaatverandering in de praktijk ondersteunen door ze effectief te verbinden aan kennisinstellingen en beleidsmakers.
 
Bekijk hier alle programma’s

Transitie-interventies als onderzoeksmethode

Het KIN zet in op het ondersteunen van onderzoek in en voor de (transitie)praktijk. We leggen daarom de nadruk op actie: door dingen gericht te doen, ontstaat impact en inzicht. ‘Transitieinterventies’ zijn transdisciplinaire of transformatieve onderzoeksprojecten waarin onderzoekende vragen worden gesteld door mensen die met elkaar een route proberen te vinden naar een fundamenteel betere, rechtvaardiger of duurzamer toekomst.

 

Het gaat dus niet om ‘zomaar doen’ maar om al-doende-leren en al-lerende-doen. Dit vereist een integrale analyse van persistente problemen en vastzittende systemen, een set aan leidende principes en waarden, onderbouwde theorieën en leerdoelen ten aanzien van gewenste transitie, een transparante en solide methodologische aanpak, en een plan voor het faciliteren van co-creatie en leren.

 

Een transitieinterventie kan van alles zijn: (trans)disciplinair, beeldend, ontwerpend, ondernemend of juist heel procesmatig, reflecterend of activistisch. Zolang het maar gaat om een bundeling van krachten uit praktijk en onderzoek, gericht op het verder brengen van de gewenste transitie.

 

Over Kennis-in-Actie programma’s

Kennis-in-Actie programma’s zijn thematisch ingericht en bevatten een in co-creatie opgestelde agenda met geïdentificeerde transitie-belemmeringen, leerdoelen en onderzoekende vragen. Voorstellen kunnen de vragen zoals geformuleerd in de agenda als vertrekpunt nemen, of geheel eigen onderzoekende vragen en gerelateerde hypotheses en leerdoelen formuleren passend bij de sub-thema’s. Het belangrijkste is dat ze de praktijk van gewenste transitie op een bepaald thema verder helpen en in dat proces kennis en inzicht ontwikkelen en ontsluiten.

 

 

 

 

Veelgestelde vragen

We krijgen regelmatig dezelfde vragen binnen over deze subsidieoproepen. Om het aanvraagproces makkelijker te maken, hebben we de meest gestelde vragen en antwoorden hieronder gebundeld.

Let op: deze FAQ is geen juridisch bindend document. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. De call tekst is altijd leidend.

Staat je vraag er niet tussen, stuur ons dan een mailtje.

Partners en rollen

Projectpartners = Hoofd- en medeaanvragers

  • Wij gebruiken de algemeen term projectpartners om gelijkwaardigheid van verschillende partijen in het uitvoeren van het project te stimuleren.  
  • Projectpartners hebben een actieve rol in de ontwikkeling en uitvoering van het project. De hoofdaanvrager is de projectpartner die de aanvraag via ISAAC indient, alle anderen partijen die actief betrokken zijn medeaanvragers.
  • Projectpartners kunnen subsidie ontvangen, maar dit is niet verplicht zij kunnen ook in-kind bijdragen.
  • Medeaanvragers moeten worden geregistreerd in ISAAC. De hoofdaanvrager mag niet ook als medeaanvrager geregistreerd worden.
  • Projectpartners dienen een de-minimisverklaring en een Letter of Commitment in als zij niet vanuit een getoetste kennisinstelling werkzaam zijn.
  • Voor personeelskosten van projectpartners zijn HOT-tarieven verplicht; deze bevatten al overhead en extra overhead is niet toegestaan.

Samenwerkingspartners

  • Samenwerkingspartners hebben een ondersteunende of minder intensieve rol.
  • Samenwerkingspartners ontvangen geen personeelskosten via de subsidie.
  • Samenwerkingspartners kunnen via materiaalkosten worden ingehuurd.
  • Samenwerkingspartners hoeven geen de-minimisverklaring of Letter of Commitment in te dienen.
  • Samenwerkingspartners worden in ISAAC als mede-aanvragers opgenomen als zij bij indiening al bekend zijn.

Zowel kennisinstellingen als maatschappelijke organisaties mogen hoofdaanvrager zijn. Onder hoofdstuk 3.2. in de subsidieoproep zijn erkend kennisinstellingen vermeld en wordt de toets op aanvullende kennisinstelling toegelicht en de definitie van maatschappelijke organisaties gegeven.

Dit verschilt per call. Om je alvast een beeld te geven van de vorige calls, zijn dit die van de calls die in september 2026 zijn gesloten. Zie hoofdstuk 3.2.2. van de Calltekst.

Voor de KinA Watertransitie Twente

  • Hoofdaanvragers mogen maximaal twee voorstellen indienen.
  • Projectpartners mogen deelnemen aan meerdere voorstellen, mits hun tijdsinzet realistisch is.
  • De limiet is per persoon en niet per organisatie/instelling. Het is mogelijk dat meer dan twee aanvragen vanuit een organisatie gestuurd worden, als verschillende mensen hoofdaanvrager zijn

Voor de KinA Planetaire gezondheid

  • In de rol van hoofdaanvrager mag maximaal één voorstel worden ingediend.
  • In de rol van projectpartner mogen maximaal twee voorstellen worden ingediend.

Kosten en begroting

  • Projectpartners kunnen personeelskosten (via HOT-tarieven) en materiaalkosten aanvragen. Hun ingeschatte uren inzet moet in het begrotingsformulier gedocumenteerd worden en overeenkomen met de Letters of Commitment.
  • Samenwerkingspartners kunnen alleen via materiaalkosten deelnemen.
  • Het subsidiebedrag wordt eenmalig als lumpsum aan de organisatie van de hoofdaanvrager als penvoerder uitbetaald en is vrijgesteld van btw. De penvoerder is verantwoordelijk om de subsidie verder volgens de begroting te verdelen.
  • Er is geen verplichte urenregistratie of financiële eindverantwoording, wel wordt in het eindverslag een korte verantwoording gevraagd.

Nee, in-kind bijdragen zijn niet verplicht. Indien er wel in-kind bijdragen worden geleverd, kan dan de aanvraag onder 2.6 toegelicht worden.

Indienen, ISAAC en proces (verklaringen en bijlagen)

  • Alle projectpartners die subsidie ontvangen moeten een de-minimisverklaring indienen, behalve als zij voor een getoetste kennisinstelling werken.
  • Dit geldt niet voor samenwerkingspartners of partijen zonder financiële bijdrage.
  • De verklaring moet ondertekend worden.
  • Organisaties moeten zelf nagaan of zij binnen de grens van €300.000 over drie jaar blijven en een bewijsstuk toevoegen als zij in het verleden subsidies ontvangen hebben.
  • Alle projectpartners (inclusief de hoofdaanvrager) moeten een Letter of Commitment indienen.
  • Dit is niet nodig voor samenwerkingspartners.
  • De verklaring kan per persoon of per organisatie worden aangeleverd. Indien per organisatie is het belangrijk in het formulier alle personen te noemen die vanuit de organisatie meedoen.
  • De verklaring moet getekend worden.

Alle projectpartners en samenwerkingspartners moeten in ISAAC geregistreerd zijn onder de tab ‘mede-aanvragers’. Let op, de hoofdaanvrager mag hier niet nogmaals als mede-aanvrager geregistreerd zijn. Is een partner werkzaam bij een organisatie die nog niet in de ISAAC database staat, neem dan ruim voor de indieningsdeadline contact op met relatiebeheer@nwo.nl om de organisatie te registeren (Naam, kvk nummer, website, adres). Dit is nodig om de partners (incl. de hoofdaanvrager) bij de juiste organisatie in het systeem te koppelen en is iets anders dan een persoonlijk ISAAC account.

Wat is er al gebeurd?

Neem contact met ons op.

Misschien vind je dit ook interessant

    • Kennisontwikkeling
    • Financiering
    • Kennisontwikkeling