Er wordt nationaal en internationaal stevig ingezet op grootschalige koolstofverwijdering uit de atmosfeer (Carbon Dioxide Removal, CDR) om de klimaatdoelen te kunnen halen. Maar hoe doe je dat op een verantwoorde manier? Een studie in opdracht van Klimaatonderzoek Initiatief Nederland (KIN) laat zien met welke ecologische en maatschappelijke effecten en randvoorwaarden hierbij rekening gehouden moet worden.
Groeiende aandacht voor CDR
Het rapport ‘Hoe zou verantwoord CDR-beleid en -onderzoek er in Nederland uit kunnen zien? Een verkennend rapport met aanbevelingen voor beleid en onderzoek’ is voortgekomen uit een studie uitgevoerd door Universiteit Twente, Technische Universiteit Delft en Deltares. Het verkent de mogelijkheden voor grootschalige opschaling van koolstofverwijdering in Nederland. CDR is hoger op de politieke agenda komen te staan, onder meer in het meest recente Nationale Klimaatplan van de Nederlandse overheid. Organisaties zoals het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) stellen dat grootschalige koolstofverwijdering waarschijnlijk nodig zal zijn om de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord te kunnen halen. Hierbij gaat het dan met name om het wegnemen van de CO2-uitstoot die niet is te voorkomen door middel van uitstootreductie aan de bron (de zogenaamde ‘overshoot’).
Nog veel vragen over grootschalige toepassing van CDR
Onderzoekers hebben nog veel vragen over de grootschalige toepassing van CDR-technologieën, vooral over de mogelijke negatieve ecologische en maatschappelijke effecten hiervan. Zij zien een groot risico in een focus op een brede inzet van koolstofverwijdering, die onbedoeld ten koste kan gaan van inspanningen om de CO2-uitstoot zelf te verminderen (ook wel aangeduid als ‘mitigation deterrence’). Een ander aspect waarnaar volgens de onderzoekers gekeken moet worden is het grote beslag dat CDR kan leggen op zowel land, water, grondstoffen als op de energievoorziening in een klein en dichtbevolkt land als Nederland. Dit kan op zijn beurt weer doorwerken naar het (mogelijk onrechtvaardig) verleggen van lasten naar andere regio’s in de wereld, bijvoorbeeld voor het winnen van benodigde grondstoffen. De onderzoekers concluderen dat geen van de beschikbare CDR-technologieën op dit moment gereed is om de gewenste grootte van opschaling in Nederland te realiseren.
Om tot verantwoorde CDR-opschaling te komen, zo stellen de onderzoekers, is vooraf een goed doordacht beleidskader nodig, dat deze aspecten niet alleen vanuit technologisch, maar ook vanuit maatschappelijk, ecologisch en systeemperspectief benadert. Hierdoor kan voorkomen worden dat het middel erger is dan de kwaal.

Verkenning vanuit meerdere perspectieven
Om een brede kijk op CDR mogelijk te maken, werkten dertien onderzoekers vanuit uiteenlopende disciplines – waaronder technische, geografische en sociale – hierop samen. Deze interdisciplinaire aanpak zorgt voor het zo evenwichtig mogelijk in kaart brengen van de (on-)mogelijkheden en risico’s van CDR.
Voor twaalf verschillende CDR-technologieën zijn op deze manier de ecologische en maatschappelijk effecten in kaart gebracht. Daarbij is een onderverdeling gemaakt naar biologische CDR op land (zoals bebossing en het oogsten en opslaan van CO2-houdende biomassa), in de oceaan (zoals het kweken en laten bezinken van biomassa in zee) en geochemische CDR (zoals directe CO2-opvang uit de atmosfeer). De studie analyseert elke technologie op de technische gereedheid voor de benodigde opschaling, het gebruik van hulpbronnen, integratiepotentieel, risico’s en identificeert waar de behoeften liggen voor vervolgonderzoek.
Vervolg kennisprogramma
Het rapport maakt duidelijk dat er nog veel vragen te beantwoorden zijn voordat Nederland tot verantwoorde, rechtvaardige en milieuvriendelijke opschaling van CDR kan komen. Naast zes principes voor verantwoord CDR-beleid, geeft het rapport vijf aanbevelingen voor vervolgonderzoek op gevonden kennishiaten. Op basis van de bevindingen uit dit rapport, wil het KIN onderzoek, praktijk en politiek verder stimuleren om de juiste wegen voor verantwoorde CDR in te slaan. Zodat CDR echt bij kan dragen aan een duurzame samenleving voor de toekomst. In het voorjaar van 2027 zal het KIN de nadere plannen over een vervolg-kennisprogramma bekend maken, mogelijk in samenwerking met publieke partners.
Meer informatie
Het rapport en de samenvattingen in het Nederlands en Engels zijn zowel te vinden op de website van de Bibliotheek van de Universiteit Twente als op de website van het KIN. Zie hiervoor onderstaande buttons.
Contactpersoon: Mirko Lukacs (programmacoördinator KIN) m.lukacs@nwo.nl

